Wijziging Faillissementswet

Geplaatst door: Enzo van Bambost | 16 oktober 2020

 

Op 6 oktober 2020 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel Wet homologatie onderhands akkoord aangenomen. Daarmee is nu zeker dat het voorstel tot wet verheven wordt en in de Faillissementswet wordt geïmplementeerd. De nieuwe regeling beoogt een niet eerder bestaande mogelijkheid voor ondernemingen te creëren  om buiten faillissement schuldeisers een onderhands akkoord aan te bieden, dat na homologatie door de rechtbank alle in het akkoord betrokken schuldeisers bindt.

Verschil huidige regeling

Tot op heden kende ons rechtssysteem slechts de figuur van het akkoord tijdens faillissement (art. 138 Fw e.v.), dat in de praktijk veelal pas wordt aangeboden wanneer het faillissement zijn einde nadert. Voor een akkoord buiten faillissement bestond geen wettelijke regeling, zodat dit slechts tot stand kon komen met toestemming van alle schuldeisers. Dit werd door de wetgever als een gemis ervaren en noopte tot ingrijpen. In de nieuwe Faillissementswet wordt het voor de schuldenaar die in een toestand verkeert waarin het redelijkerwijs aannemelijk is dat hij insolvent zal raken mogelijk om zijn schuldeisers een akkoord aan te bieden dat na goedkeuring door de rechtbank ook voor de weigerachtige schuldeiser(s) verbindend is. Opvallend aan de nieuwe regeling is overigens dat de bevoegdheid om een saneringsakkoord aan te bieden niet slechts bij de schuldenaar berust, maar ook schuldeisers en aandeelhouders het initiatief kunnen nemen.

Waarborgen schuldeisers

Met deze nieuwe wet beoogt de wetgever het aantal faillissementen terug te dringen door ondernemingen waar wegens een te hoog schuldenpakket insolventie dreigt, maar nog wel sprake is van levensvatbare bedrijfsactiviteiten, een mogelijkheid te bieden een faillissement te voorkomen. De vraag is echter of de wetgever daarmee ook voldoende rekening gehouden heeft met de gerechtvaardigde belangen van schuldeisers. Want waar winnaars zijn zijn ook verliezers en tegenover elke kwijtgescholden schuld staat een verloren vordering. Waar in het faillissement de curator verantwoordelijk is voor de afwikkeling is het toezicht bij een akkoord buiten faillissement minder vanzelfsprekend. De wetgever heeft hierin willen voorzien door de introductie van onder meer een observator die op verzoek van de schuldeisers of aandeelhouders door de rechtbank wordt benoemd en namens de schuldeisers toezicht houdt op de totstandkoming van het akkoord. De praktijk zal moeten uitwijzen of de regeling hiermee voor de schuldeisers met voldoende waarborgen is omkleed. Belangrijk voor schuldeisers is om niet te lang te wachten met de incasso van een vordering. Door vorderingen niet te lang te laten liggen vermindert het risico om plots geconfronteerd te worden met een onderhands akkoord van een onderneming waarbij insolventie dreigt en dit nog de enige optie is om een faillissement te voorkomen. De kans is immers groot dat men in zo’n geval met nagenoeg lege handen achterblijft.