Deze week heeft minister Ard van der Steur van het Ministerie van Veiligheid en Justitie een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer dat kostbare en slepende gerechtelijke procedures overbodig moet maken als consumenten of bedrijven schadevergoeding willen hebben van een bedrijf dat een ondeugdelijk product op de markt heeft gezet of steken heeft laten vallen bij zijn dienstverlening. Het wetsvoorstel biedt de mogelijkheid dat straks representatieve belangenorganisaties, zoals bijvoorbeeld de Consumentenbond, namens een groep gedupeerde consumenten en/of bedrijven in één gerechtelijke procedure bij een dergelijk bedrijf massaschade gaan claimen.

De wet vloeit voort uit het feit dat er in de samenleving duidelijk behoefte is aan een goedkope, snelle en effectieve manier om collectief schade te claimen. Bedrijven en consumenten schaffen namelijk in toenemende mate gestandaardiseerde diensten en producten aan waarop algemene voorwaarden van toepassing zijn. Hieruit vloeit voort dat als er problemen ontstaan bij een bepaalde leverancier de consequenties hiervan veelal bij een groot aantal afnemers van deze leverancier voelbaar zullen zijn.

Indien een bepaald product gebreken vertoont of indien de dienstverlening van een bedrijf onvoldoende is gebleken zullen zeer waarschijnlijk meerdere afnemers hierdoor schade lijden. In zulke gevallen is het handig als deze schade op een effectieve manier kan worden verhaald. Hierdoor wordt niet alleen een groot aantal afzonderlijke procedures voorkomen maar ook dat diverse belangenorganisaties over dezelfde kwestie gaan procederen.

Voor eenieder die schade heeft geleden is het dikwijls niet duidelijk welke van de belangenorganisaties het meest geschikt is om zijn of haar belangen te behartigen. Bedrijven die op grote schaal schade veroorzaken krijgen tot nu toe te maken met belangenorganisaties van diverse pluimage die hen aansprakelijk stellen voor de door hun cliënten geleden schade, terwijl deze organisaties praktisch gezien namens dezelfde achterban optreden. Die bedrijven weten dan vaak niet met welke organisatie ze de zaak definitief kunnen schikken. Hierdoor wordt de afhandeling van een juridische kwestie ernstig bemoeilijkt met als gevolg dat er vaak niet wordt geschikt en procedures onnodig lang blijven voortduren met alle extra kosten voor de procederende partijen vandien.

Met de nieuwe wet die nu in de maak is en die collectieve schadevergoedings-procedures mogelijk zal maken zouden dergelijke praktijken definitief tot het verleden moeten gaan behoren. Ook het bedrijf dat de schade heeft veroorzaakt heeft dan ook meer duidelijkheid en een procedure kan dan ook veel sneller dan nu het geval is tot een einde komen. Daarnaast biedt de wet de mogelijkheid aan de rechter om een Exclusieve Belangenbehartiger aan te wijzen als er meerdere belangenorganisaties een collectieve vordering hebben ingesteld. Dit zal de belangenorganisatie zijn die in de ogen van de rechter het meest geschikt is om de belangen van haar achterban te behartigen. De andere belangenorganisaties blijven overigens wel partij in de gerechtelijke procedure.

Bedrijven of consumenten die afzien van deelname aan de collectieve schadevergoedingprocedure moeten dit melden. Het gevolg daarvan voor hen is dat de rechterlijke uitspraak niet op hen van toepassing zal zijn. De rechtbank die uitsluitend bevoegd zal zijn om van collectieve schadeclaims kennis te nemen zal de Rechtbank Amsterdam zijn en wel om tweeërlei redenen. Ten eerste kunnen de zaken daardoor beter gecoördineerd worden en ten tweede kan de rechtbank daardoor beter expertise opdoen.

De minister wil met de wet verhinderen dat er in Nederland een buitensporige claimcultuur ontstaat. Daarvoor is het van belang dat er een evenwicht is tussen het belang van de partijen die schade hebben geleden om hun schade te kunnen verhalen en het belang van de partij die de schade heeft veroorzaakt om gevrijwaard te worden van onterechte en onbezonnen claims. Om die reden kunnen belangenorganisaties niet zomaar collectieve schadeclaimprocedures opstarten. Zij moeten wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo dienen zij organisatorisch en financieel hun zaken op orde te hebben. Dit zorgt ervoor dat gedupeerde partijen beter beschermd zijn. Een belangenorganisatie die niet aan deze voorwaarde voldoet kan door de rechter niet-ontvankelijk verklaard worden. Tenslotte zijn twee andere belangrijke voorwaarden dat een belangenorganisatie in ruime mate een band met Nederland dient te hebben en dat de groep gedupeerden die schade heeft geleden voldoende groot moet zijn.