Vereenvoudiging beslagvrije voet

Geplaatst door: Enzo van Bambost | 8 februari 2021

 

Per 1 januari 2021 is de nieuwe Wet vereenvoudiging beslagvrije voet in werking getreden. De belangrijkste wijzigingen zijn een nieuwe rekenwijze voor de bepaling van de beslagvrije voet, de invoering van een modelmededeling aan de debiteur, de rol van de zogenaamde ‘coördinerende deurwaarder’ en invoering van een 95% bijstandsnorm.

Berekening beslagvrije voet

Onder de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet wordt de beslagvrije voet standaard berekend op basis van broninformatie, waarbij de woonsituatie wordt bepaald op basis van gegevens uit de Basis Registratie Personen (BRP) en het inkomen op basis van de polisadministratie. Om de beslagvrije voet vast te stellen wordt vervolgens gebruik gemaakt van een uniforme rekenformule.

Modelmededeling

Door middel van een gestandaardiseerd formulier dat aan de debiteur wordt toegestuurd kan hij verifiëren of de uit de registers overgenomen informatie juist is en dit waar nodig corrigeren en aanvullen. De modelmededeling wordt voorzien van een begeleidend schrijven waarin de rechten van de debiteur zijn opgesomd.

Coördinerende deurwaarder

Met de nieuwe wet wordt ook een verplichte volgorde voorgeschreven voor het leggen van beslag op verschillende inkomensbestanddelen. De redenering hierachter is onder meer om in geval van meerdere beslagen deze zo veel mogelijk bij dezelfde derde partij te doen plaatsvinden, zodat de beslagleggers over en weer van de beslagen op de hoogte zijn. Bij meerdere beslagen wordt één deurwaarder de zogenaamde ‘coördinerende deurwaarder’, die belast is met het vaststellen van de beslagvrije voet, het coördineren van het innen van gelden en de verdeling daarvan. Daarnaast vormt hij het aanspreekpunt voor de debiteur. De bedoeling is dat dit proces voor alle betrokken partijen efficiënter en overzichtelijker wordt.

Invoering 95% bijstandsnorm

Wellicht de belangrijkste wijziging voor de incassopraktijk is het invoeren van een 95% bijstandsnorm. Dit houdt in dat te allen tijde ten minste 5% van het netto inkomen aangewend dient te worden voor het aflossen van schulden. Onder het oude recht leidde het feit dat de beslagvrije voet de inkomsten oversteeg ertoe dat er in de praktijk geen verhaalsmogelijkheden waren. Heden bedraagt de beslagvrije voet bij lage inkomens dus 95% van dit inkomen en blijft de overige 5% beschikbaar voor beslag.

Heeft u vragen over dit artikel of heeft u een debiteur en vraagt u zich af welke mogelijkheden er in de praktijk zijn om uw vordering te incasseren? Neemt u dan contact op met ons kantoor, onze medewerkers helpen u graag verder.