Minister gaat fraude met turboliquidatie BV’s aanpakken

Turboliquidatie

Minister Dekker heeft afgelopen maand de Tweede Kamer ingelicht over zijn voornemen om een nieuwe wet te maken die schuldeisers beter moet beschermen bij het versneld liquideren van rechtspersonen, de zogenaamde turboliquidatie. Met deze nieuwe wet wil Dekker dat schuldeisers eerder en beter geïnformeerd worden over het voornemen van de directie van een rechtspersoon om deze rechtspersoon versneld te liquideren. Hierdoor moeten schuldeisers straks beter in staat worden gesteld om een afweging te maken of zij zich tegen de voorgenomen liquidatie wensen te verzetten en op welke wijze ze dat willen doen.

Turboliquidatie

Het kenmerk van een turboliquidatie is dat de betrokken vennootschap op eigen initiatief versneld wordt ontbonden zonder dat er een fase wordt doorlopen waarin de vereffening plaatsvindt en lopende financiële verplichtingen worden afgewikkeld. Dit is toegestaan in situaties waarin geen baten meer aanwezig zijn. Er wordt geen vereffenaar aangesteld omdat er geen baten aanwezig zijn en er dus niets te vereffenen valt. De wet stelt verder ook geen eisen aan de verantwoording van bestuurders over het ontbreken van baten. Bestuurders hoeven slechts bij het Handelsregister te melden dat hun rechtspersoon niet langer bestaat. De mogelijkheid om een vennootschap op een versnelde manier te liquideren is ingevoerd in 1994. Het doel hiervan was het voorkomen van fraude met niet-actieve rechtspersonen alsmede het opschonen van het Handelsregister.

Misbruik

De minister wil wel dat de mogelijkheid om een inactieve rechtspersoon versneld te liquideren blijft bestaan maar hij wil de kansen op misbruik daarvan aanzienlijk verkleinen. In de ogen van de minister zou afschaffing van de mogelijkheid van turboliquidatie misbruik namelijk niet kunnen voorkomen en een verbod zou ook niet handhaafbaar zijn. In de praktijk wordt turboliquidatie vaak misbruikt in situaties waarin de rechtspersoon achterblijft met schulden terwijl er wél baten aanwezig zijn waarmee die schulden geheel of gedeeltelijk voldaan zouden kunnen worden. Schuldeisers hebben dan het nakijken. De motivatie hiervan is dat bestuurders hiermee een faillissement wensen te voorkomen en daarmee tevens een onderzoek door de curator naar hun gedragingen in het kader van bestuurdersaansprakelijkheid. Misbruik wordt verder gefaciliteerd door het feit dat schuldeisers vooraf niet gekend worden in het voornemen van bestuurders om een rechtspersoon te liquideren waardoor zij vaak pas achteraf hier achter komen. Ook het ontbreken van verantwoording van de bestuurders, bijv. door het publiceren van een slotbalans en andere informatie, vormt een belangrijke benadeling van schuldeisers.

Voorgestelde wijzigingen

De minister stelt daarom het volgende voor:

• Bestuurders worden verplicht een slotbalans op te stellen en te deponeren tezamen met een verklaring van de bestuurders waarin de redenen worden opgesomd waarom er geen baten meer in de rechtspersoon aanwezig zijn, al dan niet vergezeld van een slotuitdelingslijst.
• Bestuurder dienen officieel aan te kondigen dat zij voornemens zijn om de rechtspersoon te ontbinden zonder dat vereffening plaats vindt. Daar dienen zij dan ook bij te vermelden dat de jaarrekening en de slotbalans bij de Kamer van Koophandel gedeponeerd zijn en daar kunnen worden ingezien.
• Voordat de rechtspersoon uit het Handelsregister wordt uitgeschreven dienen ook alle jaarrekeningen over de voorgaande boekjaren gedeponeerd te zijn bij het Handelsregister.

Doordat schuldeisers hierdoor beter geïnformeerd worden kunnen zij, indien zij menen daarvoor gegronde redenen te hebben, zich verzetten tegen het voorgenomen besluit om de vennootschap versneld te liquideren. Ook kunnen zij de rechtbank verzoeken om de turboliquidatie te heropenen of de bestuurders aansprakelijk stellen, bijvoorbeeld in het geval zij baten verzwegen hebben, gelden aan de rechtspersoon hebben onttrokken of selectief betalingen hebben verricht.