Kabinet beperkt lenen van eigen vennootschap

Geplaatst door: Enzo van Bambost | 3 september 2020

 

Het kabinet heeft enige tijd geleden een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend teneinde de bestaande praktijk onder aanmerkelijkbelanghouders om onbelast geld te lenen van hun eigen vennootschap in te perken.

Half miljoen als bovengrens

Behoudens voor zover het eigenwoningschulden betreft mogen zij vanaf 2023 nog slechts tot een bedrag van € 500.000,– onbelast lenen, althans indien het voorstel uiteindelijk tot wet verheven wordt. Over het meerdere zou alsdan inkomstenbelasting betaald moeten worden. Dat een dergelijke maatregel voor ondernemend Nederland grote gevolgen heeft blijkt wel uit de volgende cijfers. In 2016 werd door aanmerkelijkbelanghouders voor een totaalbedrag van 55 miljard euro van hun vennootschappen geleend, waarbij ruim 11.000 van de in totaal 216.000 lenende aanmerkelijkbelanghouders voor meer dan € 500.000,– van hun eigen onderneming had geleend.

Kritiek

Partijen als MKB-Nederland en VNO-NCW maar ook de Raad van State tonen zich kritisch met betrekking tot het wetsvoorstel. Met name de terugwerkende kracht die tot gevolg heeft dat ook reeds bestaande leningen getroffen worden is een gevoelig punt. De Raad van State heeft geadviseerd het wetsvoorstel ingrijpend te wijzigen althans een ruimere overgangsperiode te bepalen. Onbegrijpelijk is ook dat in het verleden met betrekking tot wijzigingen ter zake de hypotheekrenteaftrek in veel grotere mate rekening gehouden werd met de bestaande praktijk.

Crisistijd

Het ingediende voorstel valt maar moeilijk te rijmen met het huidige economische klimaat. In het licht van de economische gevolgen samenhangend met de contactbeperkende maatregelen getroffen ter beperking van het Coronavirus  valt een maatregel als deze lastig uit te leggen. Ondernemingen zullen de komende periode alle hulp kunnen gebruiken bij het herstel en maatregelen die de liquiditeitspositie aantasten kunnen zij daarbij niet gebruiken. Een dergelijk besluit staat het herstel in de weg en dat kan toch niet de bedoeling zijn. Een en ander staat ook haaks op het thans door de overheid gevoerde beleid dat er op gericht is om de liquiditeitspositie van ondernemingen te versterken en hen zodoende door de crisis te loodsen.