De Nederlandsche Bank (DNB) heeft recentelijk een enquête onder Nederlandse huishoudens gehouden over hun spaargedrag tijdens de crisis. Uit deze enquête is naar voren gekomen dat veel Nederlandse huishoudens zich totaal niet verdiepen in de spaarproducten die banken aanbieden. Toch zijn er ook spaarders die kennis hebben van het financiële toezicht op de banken of negatieve ervaringen tijdens de crisis hebben opgedaan en die daardoor wel veel voorzichtiger met hun spaargeld omgaan.

Uit de enquête is naar voren gekomen dat 40 procent van de respondenten zich niet of amper verdiept in het spaarproduct dat wordt aangeboden. Ook het verzamelen van informatie over de bank die het aanbiedt is niet erg populair onder de ondervraagden. Zo hebben 46 procent van de respondenten geen of nauwelijks informatie ingewonnen over de bank waar zij hun spaargeld op hebben staan.

Een ander punt van aandacht is dat een meerderheid van de ondervraagde spaarders niet aan risicospreiding doet. Maar liefst 55 procent van de respondenten heeft het spaargeld maar op één bank staan. Ook hebben Nederlandse spaarders tijdens de crisis hun spaargeld niet of amper verplaatst naar andere banken. Zo heeft ruim 70 procent van de respondenten hun spaargeld in de afgelopen drie jaar op dezelfde bank laten staan ondanks het feit dat tijdens de financiële crisis sommige banken er veel moeite mee hadden om de (incasso)vorderingen van hun schuldeisers te kunnen voldoen.

Ook zijn er een aantal factoren die het spaargedrag danig beïnvloeden. Zo kunnen negatieve ervaringen tijdens de financiële crisis van invloed zijn hoe men met zijn spaargeld omgaat. Spaarders die te maken hadden met een bank waarvan het faillissement werd uitgesproken of die overheidssteun kreeg zijn extra voorzichtig met het kiezen van een bank. Deze spaarders vallen dan ook onder de groep die van te voren veel informatie inwint over banken en hun spaarproducten en zijn spaargeld spreidt over meerdere banken.

Spaarders die een goede kennis hebben van het toezicht op banken hebben over het algemeen ook realistische verwachtingen. Zij weten dat de toezichthouder nu eenmaal niet alles kan controleren en dus ook niet altijd kan voorkomen dat een bank failliet gaat. Ook deze groep wint veel informatie in over banken en hun spaarproducten.