De Tweede Kamer behandelde vandaag het wetsvoorstel voor de aanpassing van de kosten van incasso. Daaruit bleek dat de Kamer een aanpak wenst van de willekeur waarmee momenteel soms incassokosten aan wanbetalers in rekening worden gebracht en dat de hoogte van deze kosten dient te worden beperkt. Daarnaast gaf de Kamer te kennen een hardere aanpak van malafide incassobureaus na te streven.

Maximering incassokosten

Momenteel is er geen wettelijke regeling voor de hoogte van de buitengerechtelijke incassokosten met als gevolgd dat er malafide incassobureaus zijn die maar hun gang kunnen gaan. De minister van Veiligheid en Justitie Opstelten heeft daarom een wetsvoorstel ingediend waarin zowel minimum- als maximum tarieven zijn opgenomen. Voor vorderingen onder € 2.500,– zal een percentage van 15 procent dienen te gelden met als minimumtarief € 40,–, aldus het wetsvoorstel. Hierdoor weet een burger precies wat hij moet betalen en weet hij dat als hem een hoger bedrag aan incassokosten in rekening wordt gebracht dat hij niet verplicht is deze betalen.

Minimumtarief

De Tweede Kamer debateerde vandaag uitvoerig over het feit of het mininumincassotarief van € 40,– niet te hoog zou zijn. Voor een simpele aanmaning zou dat inderdaad veel geld kunnen zijn maar bij een complexere zaak, waarbij de vordering wordt betwist of het woonadres van de debiteur niet bekend is, kan dit weer een veel te laag bedrag zijn aangezien er dan veel meer werk nodig is dan een simpele aanmaning schrijven. De minister liet echter weten dat hij van plan was vast te houden aan dit minimumbedrag van € 40,–.

Cumulatie incassokosten

Verder werd ook de cumulatie van incassokosten besproken. De VVD-fractie, bij monde van haar woordvoerder Van der Steur, liet weten dat veel bedrijven zich makkelijk zouden kunnen verrijken als zij iedere maand al hun klanten die niet op tijd betalen telkens weer een bedrag van € 40,– in rekening zouden kunnen brengen. Ook de SP-fractie bij monde van kamerlid Ulenbelt liet weten tegen de mogelijkheid van deze cumulatie van incassokosten te zijn. Beide partijen dienden dan ook een amendement in om een dergelijke situatie te voorkomen. Op voorshands liet de minister weten niet tegen een dergelijk amendement te zijn.

Bovengrens

Het wetsvoorstel beoogde aanvankelijk een bovengrens van € 25.000,– voor de regeling van de incassokosten. De Tweede Kamer maakte echter duidelijk deze bovengrens niet nodig te vinden. Daarop liet de minister weten zich ook achter dat standpunt te kunnen scharen. Verder zegde de minister toe dat ook de BTW zal worden opgenomen.

Aanpak malafide incassobureaus

Ook ter sprake kwam de regulering en certificering van een incassobureau. Aangezien er momenteel geen enkele regeling is omtrent incassobureaus en iedereen een dergelijk bureau kan beginnen, kwamen er vanuit de Kamer diverse vragen aan de minister of het niet zinnig zou zijn om een keurmerk voor dergelijke bureaus in te stellen of de incassobranche onder toezicht te stellen van het Bureau Financieel Toezicht. Aangezien het wetsvoorstel alleen een regulering van de incassokosten beoogt was er volgens de minister geen plaats voor een discussie over dit onderwerp. Hij gaf wel aan bereid te zijn om in de branche overleg te voeren hoe malafide incassobedrijven zouden kunnen worden aangepakt. Voor het certificeren van de branche voelde hij nog niet zoveel, maar hij gaf wel aan open te staan voor ideeën en argumenten hiervoor.

Volgende week dinsdag 19 april 2011 zal in de Tweede Kamer de stemming over dit wetsvoorstel en de ingediende amendementen plaatsvinden.