Nederlandse gemeenten kunnen door het effectueren van schuldhulpverlening hoge kosten op andere gebieden vermijden. Zo blijkt uit een onderzoek, uitgevoerd door de Hogeschool Utrecht en enquêtebureau Regioplan uit Amsterdam, dat voor iedere euro die gemeenten spenderen aan schuldhulpverlening er twee euro aan kosten wordt bespaard op andere terreinen.

Het bewerkstelligen van een kortere uitkeringsduur bij gemeentelijke sociale diensten levert de grootste besparing op. Zo kan door middel van schuldhulpverlening per 100.000 inwoners ongeveer 1,4 miljoen euro worden bespaard op WWB-uitkeringen en op de kosten van re-integratietrajecten. Ook kunnen woningbouwverenigingen veel kosten bespaard blijven doordat er minder incassoprocedures en huisuitzettingen hoeven plaats te vinden. Dit levert een besparing op van 1,1 miljoen euro. Minder huisuitzettingen leidt ook weer tot lagere kosten van opvang.

Het rapport signaleert wel een probleem. Momenteel worden gemeenten vanuit de rijksoverheid gekort op allerlei fondsen ten behoeve van schuldhulpverlening.

Door deze bezuinigingen is de verwachting dat gemeenten op schuldhulpverlening zullen gaan bezuinigen.

Nadja Jungmann van de Hogeschool Utrecht, één van de opstellers van het rapport, is van mening dat de gemeenten met het doorvoeren van deze bezuinigingen zichzelf juist zouden duperen in plaats van dat ze daarmee beter af zijn. Want hoewel het logisch lijkt om rijksbezuinigingen door te voeren op lokaal niveau toont het onderzoeksrapport aan dat bezuinigen op schuldhulpverlening op den duur juist twee keer zoveel kost dan dat het op het eerste gezicht lijkt op te leveren.

Het gehele rapport is hier te lezen.