Zoals algemeen bekend komt het, zeker in deze tijden van economische crisis, steeds vaker voor dat mensen met schulden onder het wettelijk bestaansminimum terechtkomen door een almaar groter wordende berg van beslagleggingen. Bij zo’n opeenhoping van verschillende incassomaatregelen kan het gebeuren dat de debiteur van de regen in de drup komt; hij kan dan namelijk niet meer aan zijn betaalverplichtingen voldoen en bij onvoldoende voorwetenschap van de schuldeiser daardoor niet in zijn minimale levensonderhoud voorzien.

De belangen van de schuldenaar en de schuldeiser conflicteren met elkaar en dat maakt de situatie er voor beide partijen niet beter op. Om deze impasse in de toekomst beter te reguleren moet er een centraal register komen (Centraal Digitaal Beslagregister, CDB), zo heeft het kabinet besloten. Dit opdat de deurwaarder zijn klanten beter kan voorlichten wat zij kunnen verwachten van een op te leggen incassomaatregel. Het register moet ervoor zorgdragen dat de schuldeisers de zgn. beslagvrije voet in acht nemen – het minimale bedrag voor levensonderhoud

Het kabinet heeft de KBvG (Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders) gevraagd een concept op te stellen hoe het CDB eruit zou moeten zien en een schatting te maken welke kosten het register met zich meebrengt. Het is de bedoeling dat iedere gerechtsdeurwaarder beslagen op roerende zaken, onroerende zaken en loon- en derdenbeslag bij dit register gaat melden.

De wet schrijft voor dat de mensen hun financiële verplichtingen moeten nakomen. Als betaling uitblijft mag een crediteur met dwang incasseren. Dat is natuurlijk een goede stimulans omdat het debiteuren dwingt hun schulden af te lossen en daarbij eventueel hulp te zoeken. Goede samenwerking tussen de betrokken crediteuren en coördinatie van incassoactiviteiten middels dit register is van groot belang om de zorgvuldigheid te waarborgen die in acht moet worden genomen bij het rekening houden met de beslagvrije voet. Die zorgt ervoor dat iedereen met schulden in zijn minimale levensonderhoud kan blijven voorzien omdat deze beslagvrije voet bij beslaglegging niet kan worden gevorderd.

Tevens is er afgesproken om de voorstellen te implementeren die eerder gedaan zijn door de KBvG, namelijk het moderniseren van het wettelijk beslagverbod roerende zaken. Dit gebeurt door de lijst van roerende zaken uit te breiden waarop geen beslag mag worden gelegd. Het beslag op de inboedel wordt hierdoor meer evenredig. Tenslotte heeft het kabinet besloten een zogenaamde integrale rijksincassovisie (toetsingkader) te ontwikkelen. Dit met het oog op de voorwaarden waaraan de geplande nieuwe incassowetgeving moet voldoen.

Met het oog op het voorgaande is door de regering een uitvoerige reactie op het rapport ‘Paritas Passé, debiteuren en crediteuren in de knel door ongelijke incassobevoegdheden’ aangeboden aan de Tweede Kamer. Dit rapport gaat over de knelpunten inzake incassobevoegdheden van overheidinstanties, zoals die door zowel crediteuren als debiteuren worden ervaren. In deze reactie van de regering is ook het rapport van de Nationale Ombudsman ‘In het krijt bij de overheid’ meegenomen.